Vrijdag 25 april
Nederlandstalige dichters in het Poëziecentrum en de KANTL

Mark Insingel (België) (1935) debuteerde in de jaren zestig, de bloeitijd van de experimentele literatuur. Zijn debuut Perpetuum Mobile is de eerste bundel concrete poëzie in het Nederlands. Insingel schrijft bewust avant-gardistisch. Schrijven betekent voor hem en poging tot produceren in een maatschappij van louter reproductie. Hierbij streeft hij naar autonome literatuur, onder meer in Modellen (1970) en Posters (1974). Insingel heeft reeds vele publicaties op zijn naam staan, waarvan de laatste Niets (2005) en Iets (2007) een zoektocht zijn naar het ongrijpbare van de liefde, naar haar waarom.
Tonnus Oosterhoff (Nederland) werd geboren in 1953 te Leiden en werkt als dichter, prozaïst en essayist. Hij debuteerde in 1990 met Boerentijger, een werk dat bekroond werd met de C. Buddingh'-prijs. Voor De ingeland kreeg hij de Herman Gorterprijs (1994). Zijn eerste roman Het dikke hart werd bekroond met de Multatuliprijs (1995). Voor de bundel (Robuuste tongwerken,) een stralend plenum ontving hij de Jan Campertprijs in 1998. In het najaar van 2002 verscheen zijn bundel met cd-rom Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, in 2003 bekroond met de tiende VSB-Poëzieprijs. Ware Grootte, zijn laatste gedichtenbundel, verscheen in januari 2008 bij de Bezige Bij.
Vrouwkje Tuinman (Nederland) (1974) debuteerde in 2004 bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar met de dichtbundel Vitrine. In 2005 verscheen haar roman Grote acht. Verder organiseert ze literaire evenementen, schrijft ze columns, publiceert ze bloemlezingen en treedt ze regelmatig op tijdens festivals en literaire avonden. Vrouwkje ontving de Hollands Maandblad Poeziebeurs 2003/2004 en werd genomineerd voor de Libra Prijs, de Debutantenprijs en de Selexyz Debuutprijs. In 2005 ontving zij het CCS Cronestipendium van de stad Utrecht. Haar nieuwe dichtbundel Receptie verscheen in januari. In opdracht van Janine Jansen en het Internationaal Kamermuziek Festival schreef Vrouwkje nieuwe teksten bij het Carnaval der dieren van Saint-Saens. Momenteel werkt zij aan nieuw proza onder de titel Buurvrouw - dat zal verschijnen in het najaar van 2008.
Peter Verhelst (België) begon zijn literaire carrière als dichter, maar schrijft ook proza en toneel. Zijn eerste bundel Obsidiaan, waarin Verhelsts fixatie voor vernietiging al aan bod komt, werd bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de provincie West-Vlaanderen en de Paul Snoekprijs. Verhelst pleit voor een zichzelf vernietigende kunst, voor werken die zo volmaakt zijn dat ze zichzelf opheffen. Na zijn debuut publiceerde hij nog vijf bundels tot hij in Verhemelte de poëzie naar eigen zeggen had vernietigd. Toch komt in 2003 de bundel Alaska uit, waarvan een titelloos gedicht de Gedichtendagprijs in de wacht sleepte. Ook als prozaschrijver wordt Verhelst gelauwerd: Tongkat was goed voor zowel de Jonge Gouden Uil als de Gouden Uil.
Stijn Vranken (België) is een veelkoppig wezen. Als medeoprichter en huidige bezieler van De Sprekende Ezels vermengt hij maandelijks poëzie, muziek en stand-up comedy tot een kruidige show. Daarnaast is hij medeoprichter van Stichting Zondag! en presenteert hij Open Podium, een medium voor jong talent in Antwerpen. Hij schrijft columns voor Zone 03, is wekelijks ‘Nachtdichter’ in Week-Up magazine en schreef teksten voor de show van De Nieuwe Snaar. In 2003 won hij het Antwerps stadsgedicht en een jaar later Poëzie 2004, een poëzieperformance-wedstrijd georganiseerd door Ontroerend Goed en Les Nuits Tout Court. Zijn eerste dichtbundel Vlees mij verscheen in januari 2008 bij Meulenhoff/Manteau.

Zaterdag 26 april
Internationale dichters in de Minardschouwburg

Eduard Escoffet (Spanje) is de vertegenwoordiger bij uitstek van de jongste generatie Catalaanse dichters. In zijn werk zijn invloeden merkbaar van middeleeuwse literatuur, avant-gardeliteratuur, textualisme, klankpoëzie en polypoëzie. Hij is niet geïnteresseerd in het uitgeven van boeken en is voorstander van oraliteit (ook voor ecologische redenen). Hij werkt met stem, computer en projectie. Het internationale Proposta-festival omtrent polypoëzie in Barcelona werd vijf jaar na elkaar onder zijn impuls georganiseerd.
Rozalie Hirs (Nederland) verwacht wisselvallig stralend weer bewolkt geen neerslag (7 april 1965, Gouda) luistert naar Dit is de spin Sebastiaan (1967) schrijft letters door elkaar (1969) ontdekt Voor wie ik liefheb wil ik heten (1979) schrijft eerste teksten (1981) vindt Hinderlijke goden (1985) krijgt bij de Pythische Spelen de derde prijs voor poëzie daarop een uitnodiging van Jan Kuijper (1991) debuteert bij De Revisor (1992) publiceert in De Gids Tirade en De Tweede Ronde (1993, 1994) krijgt bij de Pythische Spelen de eerste prijs voor poëzie (1995) debuteert met een plaatselijke dichtbundel bij Querido (1998) bliksemt denken in beelden en een lichaam (2002) speelt bij weer geen weer tussen dichtregels (2005).
Leevi Lehto (Finland) publiceerde zijn eerste dichtbundel Muuttunut tuuli (Changed Wind) in 1967. Na diverse andere bundels werd hij voornamelijk bekend via zijn Google Poem Generator. Sinds 1983 werkt hij als vertaler. Hij vertaalde ongeveer 40 boeken van auteurs als Louis Althusser, Arthur C. Danto, Gilles Deleuze and Felix Quattari, Jean-François Lyotard, Roland Barthes, George Orwell, William Golding, Joseph Skvorecky, Ian McEwan, Paul Pickering, Christopher Burns, Mickey Spillane, Jan Guillou, John Gardner, Jack Higgins, Stephen King, Akio Morita, John Kenneth Galbraith, Armand Hammer, E.P. Thompson, Ulrich Beck en Alexander Dubcek.
Wegens familiale redenen kan Maggie O’Sullivan helaas niet aanwezig zijn. Zij wordt vervangen door de betoverende zangeres Ghalia Benali die een staalkaart van de oosterse poëzie zal zingen.
Maggie O'Sullivan (Verenigd Koninkrijk) is in 1951 in Lincolnshire, Engeland geboren aan Zuid-Ierse ouders. Ze is dichteres, kunstenares, redactrice en uitgevster, en sinds eind jaren zeventig treedt ze internationaal op, onder andere met dansers en muzikanten. Haar werk is ook international uitgegeven. Tussen 1973 en 1988 werkte ze bij de BBC in Londen aan de productie van documentairefilms over kunst. Recent werk van haar is red shifts (etruscan books, 2001), In the House of the Shaman (Reality Street, 1993, herdruk 2003), Palace of Reptiles, all origins are lonely en eXcLa (ism Bruce Andrews). Ze woont in Noordengeland, waar ze doceert en workshops creatief schrijven voor diverse deelnemers leidt.

Foto © Jemi Samyn
Ghalia Benali groeide op binnen een erg artistieke familie in het zuiden van Tunesië. Vanaf haar kleutertijd werd ze door allerlei muziek en poëzie doordrenkt: Franse chansons, Egyptische en Indische musicals, melodieën uit Syrië en Irak, de ‘tartil,’ de gezongen lezingen uit de Koran, en de dichtkunst van Oum Kalsoum. Ze zingt met een ongelofelijke expressie en een sterke sensualiteit met een stem die aan je huid kleeft.

Ze wordt begeleid op ud door Moufadhel Adhoum. Hij was leerling van Abderrahmane El Mehdi, een gerenommeerde grootmeester in de Arabische muziek. Hij studeerde aan het Nationaal Conservatorium Van Tunesië en het Conservatorium van de traditionele Tunesische muziek. Hij was al te gast op verschillende festivals in Europa en Noord-Afrika.
a.rawlings (Canada) is dichteres en multidisciplinaire kunstenares uit Toronto. In 2001 won ze de bpNichol Award als ereteken voor haar literair werk. In 2005 presenteerde angela een reeks documentaires over poëzie met de naam Heart of a Poet en regisserde tevens het succesvolle theaterstuk On the Money bij het Toronto Fringe Festival. Haar eerste poëziebundel, Wide slumber for lepidopterists, heeft verschillende prijzen gewonnen en is door de Canadese krant The Globe and Mail uitgeroepen tot één van zijn top 100 boeken van 2006. Een adaptatie van de bundel voor toneel is gecreëerd aan de Harbourfront Centre te Toronto in november 2006. Een "lepidopterist", trouwens, is een verzamelaar van vlinders.